12.5.16

25.3.16

Alfa Romeo badge


Pen drawing
10 x 15 cm
Canson 180 grs

8.3.16

MGB 1968


Pen, ink and pencil
21x30 cm
300 grs Canson

6.2.16

23.1.16

MG badge on chromed grille


20 x 30 cm

pen, ink, watercolour, colourpencils, Canson 185 grs

24.11.15

Van achterwiel-naar voorwielaandrijving

De voordelen van voorwielaandrijving bij een auto zijn groter dan die bij achterwielaandrijving. De wegligging is beter, zowel rechtuit als in de bochten. Om over de ruimtewinst in het interieur nog maar te zwijgen. Er is immers geen tunnelbak meer nodig om daarin de aandrijfas vanaf de motor naar de achteras te leiden.

Eind jaren zeventig stapte Opel met de Kadett over van achterwielaandrijving naar voorwielaandrijving. De voordelen van een voorwielaangedreven auto gaven, in combinatie met de stappen die de concurrentie zette, de doorslag om met ingang van de Kadett type D deze aandrijving te introduceren. Daarnaast had General Motors, de eigenaar van Opel, een platform ontwikkeld met dwarsgeplaatste motor in combinatie met voorwielaandrijving om zo efficiënt mogelijk met de ruimte om te kunnen springen. Deze basis gebruikte Opel ook voor de Kadett E tot en met de opvolger van de Kadett, de Astra F en G. Een goed doordachte basis dus voor verschillende carrosserievormen door de jaren heen.
Niet dat dit soort overwegingen een rol speelden bij mijn vader als er een nieuwe auto aangeschaft moest worden. Vorm noch techniek waren ooit punten van discussie. Belangrijkste punten van aandacht waren de kwaliteit van de kachel en de verwachte inruilwaarde na drie jaar. De waardevastheid van Opels waren toen vermaard. De kwaliteit van de kachel was niet objectief meetbaar en voor een warme bakker zelfs subjectief te noemen.
Opels waren niet de goedkoopste auto’s in aanschaf, zodat er wat uitvoering en motorisering betreft door mijn vader het nodige water bij de wijn werd gedaan. Het motortje telde 1200 CC en hoewel heel betrouwbaar was dat toch wat aan de magere kant voor een Stationwagon. Wij namen maar nooit de tijd op van 0 naar 100, dat duurde ons gewoon te lang. Maar voor het rijden van een broodwijk voldeed de auto naar behoren.
Om het interieur netjes te houden bedachten mijn broer en ik een, ons inziens, goed plan. Van multiplex maakten wij een op maat gemaakte bak, een soort schuiflade met hoge zijwanden. Als de achterbank plat was gelegd kon de bak in de auto geschoven worden, waardoor de vele broodkruimels zich minder in alle hoeken en gaten van het auto-interieur konden verspreiden. Daarnaast was het in-en uitladen van het brood een fluitje van een cent: de bak kon eenvoudig verschoven worden. Waarom niet eerder voor een dergelijke oplossing gekozen was, is eigenlijk nooit duidelijk geworden. Bij de voorgaande auto’s waren de wekelijkse schoonmaakbeurten van het interieur altijd de minst favoriete bezigheden. Plus dat je het nooit helemaal netjes en schoon kreeg. Nu kon de auto na het verwijderen van de bak aan het eind van de werkweek veel sneller en makkelijker schoon gemaakt worden om op de zondagen op zijn paasbest gereden worden, op weg naar de kerk en de familiebezoeken. Halleluja!

Wat door ons als kinderen wel gemist werd, waren achterdeuren om gemakkelijk op de achterbank plaats te kunnen nemen. Door de jaren heen hadden wij genoegen genomen om langs de naar voren geklapte voorstoelleuningen naar de achterbank te kruipen, maar ondertussen waren wij het einde van onze groeispurten aan het naderen en dan is een vijfdeurs uitvoering te prefereren boven een driedeurs versie. Maar ook hier was het financiële argument, net als bij de motor-en interieursuitvoering, van groter doorslaggevend belang dan onze wensen. Daarnaast gingen wij steeds minder mee met de uitstapjes. Mijn broer had inmiddels zijn rijbewijs gehaald en een (toen al) oude Volkswagen Kever op de kop getikt. Mijn plannen lagen in dezelfde lijn van verwachtingen: zo gauw mogelijk mijn rijbewijs halen en een eigen auto aanschaffen. Aangezien ik vanaf mijn achttiende vervroegd mijn militaire dienstplicht kon vervullen, werd het behalen van het rijbewijs verschoven tot na die periode van zestien maanden. Van het daarna eventueel nog over gebleven spaargeld, wilde ik dan een auto kopen.

18.8.15

17.3.15

Meneer Lippens


Na de succesvolle Kadett B bracht Opel een opvolger uit: de Kadett C, met een nog betere kachel. Dat was nog steeds aankoopargument nummer 1 voor mijn vader, maar voor de buitenwacht werd toch voornamelijk “de hoge inruilwaarde van een Opel“ als aankoopmotivatie opgevoerd. Aldus werd er na drie gebruiksjaren met model B een bestelling geplaatst voor model C, welke na verloop van jaren werd vervangen door een Kadett D. Maar voordat model D geleverd kon worden, parkeerde mijn vader eerst zijn Kadett C op een mistige januari-avond tegen een stilstaande vrachtwagen.

Januari 1980: koud, kil en mistig. Opkomst voor mijn militaire dienstplicht. Wij lagen ter introductie twee weken in bivak op de heide ergens in de buurt van Amersfoort en de plaatselijke bakker had er met zijn puddingbroodjes voor gezorgd dat na de eerste week de helft van het peloton met voedselvergiftiging in de ziekenboeg lag. Als bakkerszoon is het wel zuur als je dat overkomt. Lang kon ik helaas niet van de verwennerij in het militair hospitaal genieten, want door het auto-ongeluk van mijn ouders was ik plotsklaps persoonlijk onmisbaar geworden thuis. Mijn broer en zus konden door studieverplichtingen de zaak niet volledig waarnemen. Mijn taken thuis kwamen voornamelijk neer op winkelverkoop en het lopen van de broodwijk. Een bevriende bakkersknecht runde de bakkerij en mijn broer en zus sprongen waar zij konden bij in de bakkerij of de winkel. Gelukkig hoefden mijn ouders niet lang in het ziekenhuis te verblijven, dus ik kreeg voldoende morele steun en goed bedoelde aanwijzingen van hen.
Doordat de auto total-loss was en de nieuwe nog niet geleverd kon worden, waren wij wel een beetje onthand. De autodealer kon wel een auto tijdelijk ter beschikking stellen, maar ik kreeg van de plaatselijke politie geen toestemming om daarmee zonder rijbewijs de broodwijk te rijden.
“Maar hij rijdt al vanaf zijn dertiende!”, voerde mijn moeder nog als argument aan. De wijkagent zei dat hij dat ook wel wist, maar dat het gewoon wettelijk niet mogelijk was om een ontheffing te verlenen.
Gelukkig sprong meneer Lippens bij, een gepensioneerde leraar en klant van ons. Hij stelde zich beschikbaar de broodwijk met mij te rijden, maar hij wilde geen klanten bedienen. En doordat hij niet in een voor hem vreemde auto wilde rijden, reden wij de broodwijk met zijn auto: een  Renault 4 tl. Voor het gemak had meneer Lippens thuis de achterbank er uit geschroefd om de bagageruimte te vergroten zodat al het brood voor de broodwijk er in mee kon. Wat meneer Lippens niet verwacht had, was dat de achterklep gedurende het grootste deel van de broodwijk open bleef staan. En dat valt niet mee in januari in een Renault, die ook nog eens lang niet zo’n goede kachel heeft als een Opel. De tweede dag had meneer Lippens dus een dikke winterjas aangetrokken, een fijne wollen sjaal om gedaan en handschoenen aangetrokken. Het zou mij niets verbazen dat ook geitenwollen sokken en een lange onderbroek tot zijn kledingstukken behoorden, maar onze verstandhouding stond niet op een dusdanig niveau dat ik dat durfde vragen.

De Renault 4 was in 1961 het antwoord van de Renault-fabrieken op de mateloos populaire Citroen 2CV, welke al vanaf 1948 op de markt was. Renault had goed gekeken naar de 2CV en veel elementen daarvan in haar ontwerp verwerkt: de versnellingspook uit het dashboard, soepele vering, veel bodemspeling, vier deuren en, heel handig, een achterklep. Iets wat de 2CV ontbeerde.
Met wat passen en meten kregen wij al het benodigde voor de broodwijk achter in de Renault en konden wij op pad. Ik langs de deuren en meneer Lippens achter het stuur. Om de tijd te doden had hij een boek meegenomen: “Kees, de jongen”. Een boek uit zijn jeugd, zei hij, ik kende het niet, maar meneer Lippens liep er mee weg. Volgens hem was het een hoogtepunt in de Nederlandse literatuur. Ik las in die tijd meer de rauwe werkelijkheid uit de verhalen van Ben Borgart, met veel sex en drugs, dus een jongen die zich verplaatste met de zogenaamde zwembadpas boeide mij niet echt. Als je een broodwijk loopt is het ook niet zo handig om al te gekke stappen te zetten. Het is al moeilijk genoeg ongeschonden te blijven: menig keffertje heeft in mijn broekspijpen gehangen na het openen van de voordeur. Daardoor heb ik nooit echt veel liefde op kunnen brengen voor honden. Maar ja, hun baasjes moeten ook eten, dus je loopt toch iedere dag weer naar die deur, belt aan, hoort de hond aan slaan en zet je schrap als de deur wordt geopend. Maar toch: altijd vriendelijk blijven.
Na twee weken op deze manier de touwtjes aan elkaar geknoopt te hebben was mijn vader voldoende hersteld om de broodwijk weer te lopen met de door de Opel-dealer tijdelijk beschikbaar gestelde auto. Meneer Lippens werd hartelijk bedankt voor zijn diensten, door ons geholpen met het terug plaatsen van de achterbank in zijn Renault 4 tl en mij restte de terugkeer naar de militaire dienstplicht op de Bernardkazerne te Amersfoort.